Thuis voor de buis: dag 8

Echte supporters

Ik moet altijd vreselijk lachen om het begrip ‘echte supporters’. Helemaal wanneer die term gebruikt wordt in relatie met dat fantastische Oranjelegioen. Alleen al vanwege ziekelijke aandachtstrekkers zoals die vent met die generaalspet, ga je bijna hopen dat Nederland zo snel mogelijk uit het toernooi ligt. De Telegraaf betitelt de Oranjegeneraal zelfs als nationale held! Hou alsjeblieft op, zeg. Gekker moet het absoluut niet worden. Wordt het niet hoog tijd dat Geert Wilders in plaats van kopvoddentaxen gaat pleiten voor een uitreisverboden voor dit soort clowns? Zelfs levenslange stadionverboden zijn voor zulke figuren niet lang genoeg. 
Oranjegekte, hè! Er valt niet aan te ontkomen. Er was slechts één voetbalwonder voor nodig om de Oranjekoorts ouderwets aan te wakkeren. Na de eclatante 5-1 overwinning op Spanje houdt bijna iedereen in Nederland weer van Oranje. Welgeteld zes dagen geleden deugde er helemaal niets van. Enkele versnellingen van Arjen Robben volstonden om iedereen als een blad aan de boom te doen draaien. Alle successupporters en meelopers schrikten plotseling wakker. Hup, meteen mee in de polonaise. Tralalala. Olé olé olé olé. En na gisteravond kan het natuurlijk helemaal niet meer stuk. Maar zeg nou eerlijk: een land dat niet van Australië kan winnen, heeft weinig op een wereldkampioenschap te zoeken. Ondanks de bewonderenswaardige guts van de Socceroos.
Het valt moeilijk te ontkennen dat het Nederlands elftal wat losmaakt bij het volk. Het VOETBALelftal dan wel te verstaan. Voetbal is geen hockey, voetbal is een zaak van nationaal belang. Van hoe de Aussies de Nederlandse hockeymannen afgelopen zondag in de WK-finale in mootjes hakten, zullen weinig Nederlanders wakker hebben gelegen. Jammer heren, volgende keer beter. Hoe hard die verongelijkte hockeyers ook zeggen te trainen in vergelijking met die verwende voetbalmiljonairs, de impact van het voetbal blijft altijd groter. Dat zal nooit veranderen. Noem het gerust het verschil tussen een A- en C-sport. 
Hoe trots we zijn op Oranje laten we op alle mogelijke manieren merken. Gek is nog niet gek genoeg. Verkleedpartijtjes nemen de meest excentrieke vormen aan. De norm vervaagt zienderogen. Een bos wortels of een kaas op je hoofd is toch wel het minste. De Roy Donders juichpakken zijn niet aan te slepen. Elke gelegenheid wordt aangegrepen om onszelf ongegeneerd vol te gieten. Lallende Oranje drankorgels draaien op volle toeren.  Ze zijn het stadium van plaatsvervangende schaamte al lang voorbij. We zijn er weer bij en dat is prima, Viva Hollandia! Ja, ja, waar een klein land niet groot in kan zijn. 
Gelukkig leven we in een vrij land. Iedereen mag doen wat hij niet laten kan. Hoe iemand voor lul wil lopen, moet hij (of zij) helemaal zelf weten. Ik gun iedere ‘echte supporter’ zijn (of haar) feestje. Maar draven we langzamerhand niet te veel door in Nederland? Schieten we ons doel niet een beetje voorbij? 
Kijk naar wat er gebeurt aan het front in Brazilië. Die Oranjecampings, supporterspleinen en supportersmarsen beginnen steeds meer een doel op zich te worden, zo zou je haast denken. Donders nog aan toe, je moet er toch niet aan denken dat maandag in São Paulo het podium niet op tijd klaar is of het bier op raakt. Zou de laatste groepswedstrijd tegen Chili wel doorgaan als de kapotte aandrijfas van de Oranjebus niet tijdig wordt vervangen? Het lijkt welhaast een nationale ramp dat de oranje dubbeldekker niet voorop kan gaan bij de supportersparade naar het stadion. Bij zoveel ellende zou je de zakkenrollers bijna vergeten…
We blijven nou eenmaal Nederlanders, hè. Maandag kan de stemming weer volledig omslaan.
Ik zou dus zeggen: vooral blijven genieten voor zolang het nog duurt. 
Rob Kruitbosch

Reacties