COLUMN: TUSSEN BERG EN BOS

Staatsgevaarlijke activiteiten

Het blijft een uiterst wonderbaarlijk fenomeen. De verschijning van verkeersregelaars in het straatbeeld geeft wel aan hoezeer we in dit land met z’n allen de weg kwijt zijn. Je kan er nauwelijks nog om heen, je komt ze overal tegen, op de meest vreemde plaatsen werpen ze een belemmering op. Dames of heren in fluorescerende gele outfits ter ondersteuning van de borden en hekken bij wegafsluitingen. Het vervangen van menskracht door robots, waar minister Asscher ons onlangs op voorbereidde , is tot deze sector nog niet doorgedrongen. 
Helaas niet zou je bijna geneigd zijn te zeggen, want een gemechaniseerd stuk blik roept beduidend minder agressie op dan iemand met gebrekkige sociale vaardigheden die in het kader van de werkverschaffing weggebruikers mag schofferen.
Enkele weken geleden streken de hulptroepen van het VKR Nederland ook op de Jachtlaan neer. Wegwerkers zijn daar al maandenlang druk doende om het asfalt te fatsoeneren. Sinds enkele weken nemen ze het stuk tussen de Laan van Orden/PWA Laan en de Johannes Bosboomstraat/Zanderijweg/Blekersweg onder handen. Blijkbaar vormde dat een aanleiding om versterkingen aan te laten rukken. In de nabijheid van de spoorwegovergang kunnen de werklui het kennelijk niet meer alleen af.
Elke ochtend hobbelde ik er op mijn loopschoenen langs. Automobilisten moeten noodgedwongen rechtsomkeert maken of een omleiding door de Blekersweg volgen. Fietsers, voetgangers of snelheidsduivels zoals ikzelf konden probleemloos langs de wegafsluitingen heen om over het fietspad of het wegdek langs de stratenmakers, graaf- en takelmachines te sluipen. Niemand die er last van ondervond. De verkeersregelaars, meestal twee bij de spoorwegovergang en eentje bij de rotonde die de Laan van Orden met de PWA Laan verbindt, stonden er bij, keken er naar en probeerden quasi geïnteresseerd hun verveling te onderdrukken.
Afgelopen donderdag verdween die apathische houding plotseling. De heren vonden het ineens nodig om zich te doen gelden. Om de een of andere vage reden mocht ik ditmaal niet verder lopen. Verkeersregelaar nummer één verordende mij op dreigende toon om via de Blekersweg mijn weg te vervolgen. Een aanzienlijke omweg. Zijn collega, die enkele meters verder stond, versperde me zelfs fysiek de doorgang. In de verte zag ik nog juist een fietser uit het zicht verdwijnen die wél mocht wat ik niét mocht. Een fraai voorbeeld van de willekeur waarmee de heren verkeersregelaar te werk gaan.
Er zat dus weinig anders op om me langs een hekwerk bij die fraaie Orderbeek de Zanderijweg op te wurmen. Zo kon ik de mij opgelegde omweg enigszins inkorten. Het was echt te onzinnig voor woorden. Ik kon het dan ook niet nalaten om de heren in woord en gebaar duidelijk te maken wat ik van hun debiele handelswijze vond. Wie in Nederland z’n eigen hond zo afblaft op een zelfde toontje als waarop beide verkeersregelaars mij meenden te mogen toespreken, heeft vijf minuten later de dierenbescherming de stoep staan. Met een stevig proces-verbaal als logische toegift. Niet dat het goed te praten valt, maar ik kan me inmiddels  wel een betere voorstelling maken van hoe het komt dat er weleens onvrijwillig een heerschap in zo’n afzichtelijk geel pak op de bumper van een auto belandt. 
Terwijl mensen die nuttig werk verrichten in de zorg bij duizenden tegelijk hun job kwijtraken, krijgen we dit soort banen er voor terug. Werkverschaffingsprojecten in de jaren dertig van de vorige eeuw leverden tenminste veelvuldig iets tastbaars op. Denk alleen maar aan ons eigen park Berg en Bos dat uit die toenmalige crisisperiode stamt. De toegevoegde waarde van een verkeersregelaar aan onze maatschappij ontgaat mij daarentegen volledig, hoe zeer ik ook m’n best probeer te doen om hun nut te ontdekken. Waarom volstaat een hek of een bord tegenwoordig niet meer?
Het doet me denken aan het Cuba van Fidel Castro tijdens de zogenoemde ‘speciale periode in vredestijd’. Toen ik dat land in het midden van de jaren negentig voor het eerst bezocht, verkeerde het door het wegvallen van de financiële en economische steun uit het Oostblok in een recessie waar onze huidige crisis schril tegen afsteekt. In lege winkels zaten tientallen personeelsleden – om het op mooi Apeldoorns te zeggen – ‘gat met vuusten te sloan’. In liften van hotels bedienden dames van middelbare leeftijd 24 uur per dag de knoppen. Behalve om een oogje in het zeil te houden dat niemand staatsgevaarlijke activiteiten in hun lift ontplooide, diende dat toch vooral als bezigheidstherapie. Opoffering voor de revolutie. Verborgen werkloosheid.
Het voornemen van het kabinet om 100.000 extra banen te scheppen, zoals op Prinsjesdag bekend werd gemaakt, geeft een ernstige reden tot zorg. Met 100.000 extra verkeersregelaars is er in de nabije toekomst helemaal geen doorkomen meer aan voor iedereen die zich ongestoord van punt A naar punt B wil begeven.
Al is het daarbij dan wel weer een prettig vooruitzicht dat die overlast slechts van tijdelijke aard zal zijn. Vroeg of laat worden al die verkeersregelaars, als we de uitlatingen van minister Asscher tenminste serieus moeten nemen, vervangen door een robot. Al verandert dat voor de betrokkenen zelf niet eens zo gek veel. Ze komen hoe dan ook op straat te staan.

Reacties