COLUMN: TUSSEN BERG EN BOS

De val van de Muur

Berlijn herdacht op 9 november hoe 25 jaar geleden de Muur viel. Het is nauwelijks voorstelbaar dat het al weer een kwart eeuw geleden is dat mensen in het toenmalige Oost-Duitse arbeidersparadijs na bijna vier decennia van socialistische overheersing hun vrijheid terugkregen, zoals het zo mooi heette. Ik herinner me nog goed hoe ik destijds tot diep in de nacht op de West-Duitse televisie de beelden zag van hele hordes dolblije Ossies die in gammele Trabantjes en Wartburgs tussen enorme mensenmassa’s door grensovergangen in de gedeelde stad passeerden. Zowel tranen als champagne vloeiden rijkelijk. 
Kort voor en na de Muurval smaakte ik zelf enkele malen het genoegen om de voormalige Reichshaupstadt te bezoeken. Zeker in DDR-tijden was dat een hele onderneming. De transitroute via Helmstedt. De wachttijden. Norse Oost-Duitse grenswachten. Je moest er heel wat voor over hebben om met auto van West naar Oost te gaan. Vooral veel geduld. In Berlijn aangekomen zag je vanuit het westelijk stadsdeel over de Muur heen de wachttorens van waaruit geüniformeerde heren met verrekijkers alle staats- en klassenvijanden aan de andere kant nadrukkelijk in de gaten hielden. Heel onwezenlijk allemaal. Maar tegelijkertijd spannend en opwindend. Want wat wist je in die dagen als boertje uit Apeldoorn nou feitelijk helemaal van wat zich werkelijk aan de andere kant van die betonnen scheidingswand afspeelde? 
Ruim drie maanden na die historische negende november 1989 stapte ik voor het eerst zelf rond op de Alexanderplatz. Ik was in het oostelijk stadsdeel getuige van hoe de volleybalsters van Dynamo een toernooi afwerkten bij de Turn- und Sportclub Berlin. Voor de goede orde: het betrof ons eigen Apeldoornse Dynamo, niet het gelijknamige speeltje van het Ministerium für Staatsicherheit. Bij Bahnhof Zoo wisselden we zwart felbegeerde D-Marken voor bijna waardeloze Ostmarken. Onder het Brandenburger Tor doorwandelen mocht als niet-Duitser nog niet. De Friedrichstrasse onthaalde bezoekers uit het Westen op de stank van uitlaatgassen. Voor een handjevol centen kon je met het openbaar vervoer dwars door het troosteloze Oost-Berlijn. Bij terugkeer naar West-Berlijn werd één van mijn reisgenoten aangehouden. Hij had als souvenir een handdoek aangeschaft met het logo van TSC Berlin. Tja, en dat mocht niet worden uitgevoerd. Staatseigendom! Gelukkig liep het voorval met een sisser af. Na enig oponthoud en druk overleg mochten we vertrekken, onze vrijheid weer tegemoet… 
Hoe Lenin en Marx in de periode nadien steeds meer van hun voetstuk tuimelden, ervoer ik ruim negen maanden later in Dresden. Daar woonde ik de voetbalwedstrijd bij tussen Dynamo – ditmaal niet de Apeldoornse tak – en Chemnitzer FC, voor de Muurval nog opererend onder de naam FC Karl-Marx-Stadt. Het betrof de laatste stuiptrekkingen van de DDR Oberliga. Van de wedstrijd zelf herinner ik me niets meer. Van wat er na afloop gebeurde des te meer. Rondom het oude Rudolf-Harbig-Stadion was sprake van complete anarchie. De machteloze Volkspolizei moest waterkanonnen inzetten om de supporters van beide kampen uit elkaar te houden. Het machtsvacuüm dat ontstond tot aan de Wende gaf velen een alibi om lekker los gaan. De tot dan toe geldende machtsverhoudingen bestonden niet meer. De controle van de Stasi behoorde voor eens en altijd tot de Vergangenheit. 
Met de 25e verjaardag van de val van de Berlijnse Muur in het achterhoofd probeer ik me een voorstelling te maken van hoe Nederlanders over 25 jaar zullen terugkijken op de regeerperiode van Mark Rutte. Wat voor balans maakt men op als alle dodelijke slachtoffers van de onverantwoorde hervormingen in de zorg geteld zijn? Hoe zal de bevolking zich hebben hersteld van alle andere sociale en economische ellende die ons nu nog te wachten staat door het a-sociale beleid van onze charmante, altijd lachende minister-president en zijn al even dubieuze handlangers in Den Haag en Brussel? 
Goed beschouwd begint Nederland onder het regime Rutte steeds meer overeenkomsten te vertonen met hoe het er aan toeging in de toenmalige Duitse Democratische Republiek. Met nadruk op het democratische gehalte… Wat de arme stakkers in het oostelijk deel van Duitsland en hun socialistische broederstaten indertijd vanuit Moskou opgedragen kregen, krijgen wij tegenwoordig vanuit Brussel door de strot geduwd. 
Van Erich Honecker en andere fossielen uit zijn regering kunnen we tenminste nog zeggen dat ze al een leeftijd bereikt hadden die het alom rechtvaardigde om hun verstandelijke vermogens openlijk in twijfel te trekken. Van het illustere en aalgladde duo Rutte-Dijsselbloem valt zoiets moeilijker te beweren. Zo seniel als de kopstukken binnen de toenmalige DDR-top worden de meest aanhangige schoothondjes van het Centraal Comité in Brussel nooit. 
Gelukkig bewijst de ineenstorting van het Oost-Duitse arbeidersparadijs ons hoe dergelijke heerschappen vroeg of laat met de rug tegen de muur komen te staan. In de DDR duurde het meer dan vier decennia voordat het onderdrukte volk de moed vond om in opstand te komen tegen het geboefte dat hen regeerde. Hoelang zal het in Nederland nog duren voordat de ontevreden massa zich gaat roeren? 
RK

Reacties