Peter Boeve leerde hogeschoolvoetbal op voetbalhogeschool van Ajax

‘Veel spelers missen tegenwoordig een goede functionele techniek’

Bij de huidige generatie geniet hij misschien niet zo veel bekendheid, feit is dat weinig voetballers uit de regio Apeldoorn kunnen terugzien op een succesvollere carrière dan Peter Boeve. De Uddelnaar genoot de best denkbare opleiding die Nederland ooit heeft gekend. Hij leerde hogeschoolvoetbal op de voetbalhogeschool van Ajax. Boeve voetbalde in De Meer samen met de allergrootsten: de oude Cruijff en de jonge Van Basten. De offensieve linksback leverde een bijdrage aan vier landstitels (1980, 1982, 1983, 1985), won met de Amsterdammers in 1983, 1986 en 1987 de KNVB beker en maakte in 1987 deel uit van het elftal dat in Athene ten koste van Lokomotive Leipzig de Europa Cup voor bekerwinnaars  veroverde.
Leergierig als en hij was en nog altijd is, sloeg Boeve de wijze lessen van Cruijff & Co op zijn harde schijf op. De kennis die hij opdeed deelde hij na afloop van zijn spelersloopbaan volop met anderen. Voetballen is helemaal niet zo moeilijk, aldus Boeve. Het moeilijkste is vaak om het simpel te houden. “Ze kunnen tegenwoordig heel veel met een bal, maar wat ik bij veel spelers mis is de functionele techniek. De bal moet in één keer klaarliggen. Zelf had ik als voetballer een heel goede functionele techniek. Dat is mij aangeleerd. Om beter te worden is het zaak om meer te trainen en vooral specifieker te trainen. Ronald Koeman had bijvoorbeeld talent voor vrije trappen. Om zijn techniek verder te verbeteren schoot hij na elke training 30 ballen op de goal.”
Boeve meent dat trainers hun spelers voortdurend nieuwe handvatten moeten aanreiken. De leermeester moet zijn leerlingen bewust maken van hun kwaliteiten, hun tekortkomingen bijschaven. “Ik heb individuele trainingen gegeven aan drie jongens van Vitesse. Eerst vraag je zulke jongens waar ze goed in zijn. Dat probeer je dan te perfectioneren. Daarnaast kijk je waar ze minder in zijn, daarin stuur je ze bij. Belangrijk is dat de eerste insteek altijd positief is, dat ze er plezier aan beleven.”
Boeve meent dat jeugdig talent een duwtje in de juiste richting moet krijgen. Trainers en clubs kunnen zo meer doen om de kwaliteiten van de jonge voetballers optimaal tot ontplooiing te brengen. “Omdat de stap vanuit de jeugd naar de senioren groot is moet je voor elke speler een persoonlijk opleidingsplan maken. Je moet wat doen om die stap kleiner te maken, daar moet je over nadenken. Wie ben je? Wat kan je? Wat durf je? Wil je beter worden, dan zul je er wat aan moeten doen. Iedereen is anders, daar bestaat geen blauwdruk voor. Neem Ajax, daar hebben ze geen vaste trainers meer op jeugdteams. De trainers rouleren. Meer ogen zien nou eenmaal meer.”
MORGEN MEER: Liefhebber Boeve bekijkt voetbalwedstrijden als trainer en als vader.

Reacties