Fysiotherapeuten tegen zorgverzekeraars

De twee grootste verzekeraars, Achmea en CZ, hebben de strengste controle op het aantal behandelingen. Zij werken via een ‘behandelindex’. Dit houdt in dat er voor ieder cluster aandoeningen een gemiddeld aantal behandelingen berekend wordt.

Wijkt een fysiotherapeut daarvan af, dan gaat de zorgverzekeraar met die fysiotherapeut in gesprek. RTL Nieuws sprak met een aantal fysiotherapeuten en daaruit blijkt dat zij erg bang zijn voor de sancties die verzekeraars kunnen opleggen, zoals korting op het behandeltarief en het weigeren van een nieuw contract.

Afbreken

“Het gevolg is dat sommigen therapeuten de behandeling vroegtijdig afbreken”,  zegt Henk Jansen, bestuurslid van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie. “Andere praktijken weigeren complexe of chronische gevallen om problemen met de verzekeraars te voorkomen.”

Jansen ziet ook dat praktijken onderling patiënten uitwisselen, om zo het aantal behandelingen laag te houden. Dan krijgen de patiënten wel het aantal behandelingen waar ze recht op hebben. “Als iedereen dat uit angst voor de macht van de verzekeraars gaat doen, daalt het gemiddelde nog verder. Dat is slecht voor de patiënten.”

CZ vindt dat de scherpe controle de kwaliteit verhoogt. “Het is zeker niet de bedoeling dat een klant niet de zorg krijgt die nodig is”, zegt Chris Schoneman van CZ. “Als een doorsnee klant voor een lage rugpijn tien behandelingen nodig heeft, en een fysiotherapeut doet er vijftien over, dan gaan we daarover in gesprek. Als die therapeut geen plausibele verklaring heeft waarom die veel meer behandelingen nodig heeft dan de buurman-fysiotherapeut, dan overwegen wij om het contract op te zeggen.”

Reacties