Bevlogen hobbyfotograaf houdt fusieplannen scherp tegen het licht

 

Door Rob Kruitbosch

Tegenwoordig reist hij stad en land af om met zijn fotocamera de wonderen der natuur te vast te leggen. In een recent verleden had Bertus van Gerrevink meer oog voor sportieve zaken. Meer dan vier decennia richtte de welbespraakte Apeldoorner het vizier op de korfbalsport. Als speler, trainer en bestuurder stond hij meer dan eens in de picture. Altijd had de bedrijvige AOW’er wel zijn woordje klaar. Ieder vogeltje zingt nou eenmaal zoals als het gebekt is, weet de bevlogen hobbyfotograaf als geen ander. Ook nu de beide Apeldoornse korfbalverenigingen voorzichtig toenadering tot elkaar zoeken, zit de kleurrijke erevoorzitter van Atalante niet om zijn mening verlegen. “Er moet wel de bereidheid bestaan om er samen iets van te maken.”

“Tot mijn veertiende heb ik gevoetbald bij Apeldoornse Boys”, zo steekt hij van wal. “Ik zat in een elftal met onder anderen Herman ‘Muisje’ Berends. Ik kon wel aardig voetballen. Ik was spits, schopte er soms wel vijf of zes per wedstrijd in. Omdat mijn ouders bij Steeds Hooger korfbalden, kwam ik daar ook vaak. Mijn moeder speelde in het eerste, mijn vader was trainer. Zodoende speelde ik ook weleens wedstrijdjes mee bij Steeds Hooger. Op een gegeven moment moet je dan kiezen. Toen werd het korfballen. Mijn doorbraak beleefde ik onder Ad Gressie. Maar ik ben al vrij jong gestopt. Het trainer zijn zat er al vroeg in. Samen met Frans Grotendorst, Piet Arends en Charles Steinebach ging ik naar de cursus en zo werd ik de jongste bondsoefenmeester van Nederland.”

Na de vuurdoop bij Steeds Hooger 4 (‘Een gezelligheidsteam, de spelers waren een stuk ouder dan ik’) trainde de gedreven oefenmeester een hele rits clubs: De Meeuwen uit Putten, het Bennekomse DVO, ZKC, Apollo ‘69, Het Zuiderkwartier ‘58. “Met al mijn clubs ben ik wel kampioen geworden. Ook ben ik jarenlang docent opleidingen en examinator geweest. Ik heb nooit ergens gesolliciteerd. Als ze me ergens vroegen, ging ik praten. In mijn DVO-tijd deed ik ZKC er op ad-interim basis bij. Stond ik bijna dagelijks op het veld. Het viel gelukkig altijd goed combineren met mijn werk. Ik heb 38 jaar als salesmanager bij RVS Verzekeringen gezeten. Mijn bazen hielden rekening met het korfballen, ik hield op mijn beurt rekening met m’n bazen. Ach, en als je iets leuk vindt, is het ook nooit te veel.”

Vanaf zijn trainersbank rolde Van Gerrevink als het ware zo de bestuurskamer in. Bij het huwelijk tussen Apollo en Zuiderkwartier bekleedde hij de rol van ‘ceremoniemeester’ “We hebben dat heel goed voorbereid. De leden van beide clubs werden overal bij betrokken. Van wat er allemaal bij zo’n fusie komt kijken, steek je heel veel op. We zaten bijvoorbeeld met twee clubhuizen en twee locaties. Het clubhuis van Zuiderkwartier hebben we aan de gemeente verkocht, dat van Apollo aan de hondenclub”, blikt de voorzitter van de fusiecommissie terug.

Van het een kwam het ander: Van Gerrevink werd in 1991 de eerste voorzitter van de kersverse fusieclub Atalante. “Toen die fusieclub er aankwam, ben ik daar zo’n beetje in gemanoeuvreerd.” Hij bleek al gauw de juiste man op de juiste plaats. De voorzitter spande zich op alle mogelijke manieren in voor zijn geesteskind. “Daar heb ik mijn ere-voorzitterschap aan te danken. Blijkbaar heb ik het toch wel goed gedaan…” Eventjes met een verslaggever van de Apeldoornse Courant op en neer vliegen naar het Griekse eiland Kos voor de ondertekening van een sponsorcontract. Of de coaching van de hoofdmacht over te nemen toen de situatie daar om vroeg, zoals in 2009. Niets was hem te dol om de Matense korfbalvereniging onder de aandacht te brengen. Nu er bijna 24 jaar na de oprichting van Atalante opnieuw een Apeldoornse korfbalfusie in de maak lijkt, wil Van Gerrevink daar desgevraagd best zijn licht over laten schijnen. Als hobbyfotograaf ziet hij het scherp, verliest hij belangrijke details nooit uit oog. “Er stond een beetje vreemd stuk over in de krant.

Op bestuurlijk niveau is er al wel over gesproken. Op een bijzondere ledenvergadering bij Atalante heeft de toekomstcommissie uitleg aan de leden gegeven. En daaruit is naar voren gekomen dat een fusie met Steeds Hooger de beste optie is voor de toekomst. Waar je mee te maken hebt, zijn de beroemde vijfde colonnes. Die zijn bij allebei de clubs nogal heftig. Het ligt nogal gevoelig. Tsja, en daar zal je toch overheen moeten stappen. Zoiets moet groeien.” Clubs zijn gebaat bij transparantie, openheid naar hun achterban, stelt de ervaringsdeskundige. “Belangrijk zal zijn om de leden aan de hand te nemen en vanaf het eerste moment op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. Ze moeten ook als gelijkwaardige partijen het gesprek aangaan. Het heeft natuurlijk geen enkele zin om een fusie aan te gaan als je dan 100 of 150 leden verliest. Er moet wel de bereidheid bestaan om er samen iets van te maken. Het moet wel zo zijn dat het echt iets voorstelt in korfballand. Zijn de leden bereid om investeringen te doen om de top te halen? Er moeten een paar gekken opstaan. Jongens als Marcel Teunissen die drie keer in de week op het veld stonden om te trainen, die zijn er tegenwoordig niet meer.”

Het korfbal heeft het niet makkelijk. Het slaagt er maar niet in om uit het verdomhoekje te komen. Het blijft in de schaduw van andere sporten, zowel lokaal als nationaal, signaleert Van Gerrevink. “Korfballen blijft toch vooral een Nederlands-Belgisch onderonsje. Hoewel het een heel sociaal gebeuren is, is korfbal niet een sport waar iedereen bij staat te juichen. Zet het bijvoorbeeld tegenover volleyballen, dan vinden mensen volleyballen veel aantrekkelijker. Daar heeft het korfballen toch een beetje de slag gemist. Vergelijk Atalante met een club als Alterno, dan is Alterno top of the bill. Zolang de buitenwereld als eerste over gemengd douchen praat, dan heb je als sport niet het juiste imago te pakken.”

Reacties