COLUMN TUSSEN BERG EN BOS: Letland-uit, altijd lastig

Op het moment dat u deze woorden leest hang ik mogelijk ergens in het luchtruim tussen Weeze en Riga. Het kan ook best dat Ryanair me al heeft gedumpt op Riga International Airport. Vrijdagavond hoop ik in het Skontostadion live getuige te zijn van de EK-kwalificatiewedstrijd tussen Letland en het Nederlands elftal. Vandaar. Letland-uit, altijd lastig.

Voor 64 euro heen en weer vliegen, dat zijn nog eens prijzen. Zulke buitenkansjes laat ik me niet ontnemen. Van die gelegenheid maak ik dan meteen maar gebruik om een paar daagjes in de hoofdstad van de middelste Baltische staat rond te neuzen. Met zondag als tussendoortje een bliksembezoek aan Vilnius om ook de kraker Litouwen tegen Zwitserland mee te pikken. Aangezien ik toch in de buurt ben, neem ik die busrit van meer dan vier uur gewoon op de koop toe. Ik ben altijd nieuwsgierig naar het onbekende. Ik hoop in Riga en Vilnius even aangenaam verrast te worden als in september 2013, toen ik Oranje achterna reisde naar Tallinn, de hoofdstad van Estland.

Het historische centrum van Tallinn fascineerde me al enorm. Ik heb begrepen dat Riga nóg meer bezienswaardigheden in huis heeft. Naar het schijnt leeft in de grootste Baltische stad het verleden onmiskenbaar voort in het heden. Sporen uit een rijke Hanze-historie. Bouwwerken in Jugendstil. Overblijfselen uit Sovjetoverheersing. Gedenktekens aan een voortdurend streven naar onafhankelijkheid. Ik verheug me er op de komende dagen alles met eigen ogen te aanschouwen.

Omdat ik graag beslagen ten ijs kom, heb ik me de afgelopen weken al verdiept in wat me in Letland en Litouwen zoal te wachten staat. Ik heb mijn huiswerk goed gedaan en Riga en Vilnius over de digitale snelweg alvast grondig verkend. Ik heb de nodige video’s bekeken over beide steden en hun eigenaardigheden. Ik heb al een aanzienlijke ‘to do’-lijst opgesteld. Veel tijd om me te vervelen gun ik mezelf niet. Visites aan de lokale folterkamers van de KGB, het Letse sportmuseum, het bezettingsmuseum en Riga’s voormalige joodse ghetto staan hoog op de agenda. Een dagje aan het strand van Jürmala valt vast en zeker ook wel in te plannen. En tussen de EK-kwalificatieduels in Riga en Vilnius door wil ik me vergewissen van het niveau van het Letse clubvoetbal. De hoogste speelklasse ligt dan wel stil vanwege het interlandvoetbal, de Letse ‘Jupiler League’ en beloftencompetities draaien gewoon door. Bij de ontmoetingen tussen Rigas Futbola Skola tegen FK Staiceles Bebri en Skonto 2 tegen FB Gulbene/SFS zit ik dan ook op de eerste rij. Ik wil het voor geen goud missen.

Zo’n tripje naar zo’n voormalige Sovjetrepubliek blijft daarnaast altijd iets spannends houden. Zeker voor wie zoals ik is opgegroeid ten tijde van de Koude Oorlog. Als ik na ga wat ik tijdens de geschiedenislessen op de lagere- en middelbare school heb geleerd over de Baltische staten, kan ik kort zijn. Weinig tot niks! Ja, in de Tweede Wereldoorlog vochten de Sovjets mee tegen Nazi-Duitsland. Aan de ‘goede’ kant derhalve. De meeste Balten denken daar anders over, heb ik in Tallinn geleerd. Dat het niet helemaal snor zat met onze vriend Stalin en zijn trawanten mogen we gerust een understatement noemen. Hele volksstammen zijn vanuit Estland, Letland en Litouwen op transport gezet naar Siberië. Hun plaats werd opgevuld met etnische Russen. Vandaar dat het niet verwondert dat de haat en het wantrouwen tegen iedereen van Russische afkomst diep zit. De huidige spanningen in de Oekraïne geven daar nog eens een extra explosieve lading aan.

Litouwen heeft zelfs de dienstplicht weer ingevoerd. Voor het geval dat. Je weet tenslotte maar nooit wat die snode Poetin allemaal in zijn schild voert. Hoewel ze niet met zovelen zijn, blijven ze op hun hoede in de Baltische staten. Ze zijn op het ergste voorbereid. Alsof die arme Esten, Letten en Litouwers al niet meer dan genoeg ellende hebben meegemaakt. Decennialang hebben moeten leven onder het juk van het Rode Leger gold nou niet bepaald als een pretje. En dan valt in Riga deze week ook nog eens het Oranje-legioen binnen, 1100 man sterk. Hoeveel kan een doorsnee-Let verdragen? Denken ze dat ze alles wel zo’n beetje over zich heen hebben gekregen in de loop der eeuwen, krijgen ze ook dat nog…

RK

Reacties