COLUMN TUSSEN BERG EN BOS: Worstenbroodjes

Zo, het was me het weekje wel. Ik schreef vorige week al over mijn geplande trip naar Letland en Litouwen. Inmiddels zit het er op, het is al weer gedaan met de pret. Meestal vliegt de tijd als je het ergens naar je zin hebt. Dat was in dit geval niet anders.

 

De EK-kwalificatiewedstrijd Letland – Nederland was de veroorzaker van alles. Er moet immers wel een aanleiding bestaan om het vliegtuig naar Riga te pakken. Dat doe je niet zo maar. Letland en ook Litouwen zijn nou niet bepaald landen die bovenaan de lijst met favoriete reisbestemmingen staan bij de gemiddelde Nederlandse toerist. Direct na de loting stond mijn besluit om te gaan al vast. De Estse hoofdstad Tallinn was me twee jaar geleden al uitstekend bevallen in combinatie met een kwalificatieduel van Oranje. Riga, de grootste stad van de Baltische staten, wekte zodoende meteen mijn nieuwsgierigheid op. En toen bleek dat twee dagen na het bezoek van Nederlands elftal bij de Letten Zwitserland moest aantreden in buurland Litouwen, was een busticket naar Vilnius eveneens in vloek en een gezucht geboekt. Kon ik Litouwen meteen wegstrepen. Daar was ik ook nog nooit geweest. Mooi twee vliegen in één klap dus.

 

Ik heb het geen moment berouwd. In een week tijd heb ik onvergetelijke indrukken opgedaan. Wanneer ik een land bezoek, probeer ik ter plekke doorgaans zo veel mogelijk te bekijken. Met name de geschiedenis boeit me mateloos. En wat dat betreft komt iedereen in de Baltische staten uitstekend aan zijn trekken. Met alle bezettingen die de voormalige Sovjet-republieken achter de rug hebben, stuit je frequent op een pijnlijk en onverwerkt verleden. Met name mijn bezoek aan het voormalige KGB-hoofdkwartier en de herdenkingsplaats aan de joodse Letten die de Tweede Wereldoorlog niet overleefden, maakte een diepe indruk. Het valt met geen pen te beschrijven hoeveel leed zowel de Sovjets als de Nazi’s in Letland hebben aangericht. Je moet het met eigen ogen hebben gezien om je er enige voorstelling van te kunnen maken.

 

Het zal de doorsnee aanhanger van het Nederlands elftal waarschijnlijk ontgaan zijn. Die kom ik nooit tegen in een museum of op een gedenkplaats. Het overgrote deel van al die zich voetbalsupporter noemende clowns dat Wesley Sneijder & Co. wereldwijd volgt beperkt zich in hoofdzaak tot twee zaken: het non-stop achterover gieten van liters alcoholhoudende dranken en zich beschamend te gedragen in elke willekeurige Europese stad waar ze komen. Ik blijf ver bij dat soort meelopers uit de buurt. Meelopen aan zo’n oergezellige Oranje-mars naar het stadion is aan mij niet besteed. Nou wil ik mezelf niet voordoen als een heilig boontje, maar ik besteed mijn tijd liever zinvoller. Om dom te lallen hoef ik niet naar Letland, dat kan ik thuis ook wel.

 

Je merkt wel dat ik geen supporter ben van Oranje-supporters. Ik kan het helaas niet helpen, die ergernis gaat nooit meer weg. Feitelijk zorgen zij standaard voor het enige minpuntje bij interlands. Gedurende de wedstrijd heb ik het alom geprezen legioen vrijdagavond zoals gebruikelijk nauwelijks gehoord. Enkel na de twee Nederlandse treffers veerden ze eventjes op. That’s all. Waarom gaan ze voortaan niet lekker met z’n allen gezellig doen bij het schaatsen in het Thialfstadion in Heerenveen? Of misschien kunnen ze binnenkort tribunevulling spelen bij het WK beachvolleybal. Dan komt daar tenminste nog iemand kijken. Maar ach, wat zal ik me opwinden. Dat zijn de generaals, wortelhoedendragers en andere lapzwansen helemaal niet waard.

 

We kunnen dat soort carnavalsvierders missen als kiespijn. Wat ik van Riga het meest zal missen, weet ik ook. Zal ik het vertellen? Dat zijn de overheerlijke worstenbroodjes uit de markthallen van Riga. Tijdens mijn eerste dag in de Letse hoofdstad kreeg ik er eentje voor de kiezen. Dat heb ik geweten. Ik was meteen verkocht. Slechts 40 eurocent per stuk. Onbetaalbaar. Smullen geblazen. Elke dag was het prijs. Ik kon de verleiding niet weerstaan.

 

Uit Apeldoorns oogpunt gezien was alleen jammer dat Steven Berghuis vrijdagavond niet zijn Oranje-debuut mocht maken in het Skontostadion. Maar dat gaat er dit jaar ongetwijfeld nog van komen. Wanneer de (nog) AZ’er op de huidige voet doorgaat, kan het niet uitblijven dat hij vroeg of laat evenals vader Frank het oranje shirt mag aantrekken.

 

Hoe het ook zij, ik heb de afgelopen dagen in Riga en Vilnius heel wat afgesjouwd. Het was de zere voeten meer dan waard. Behalve dat reizen vermoeit werkt het ook rustgevend en bevredigend. Het is altijd nuttig om over grenzen heen te kijken. Dat verruimt het blikveld en helpt bij het tegengaan van kortzichtigheid. De wereld houdt niet op bij Berg en Bos of Orden. Het is maar dat je het weet.

 

RK

 

Reacties