COLUMN TUSSEN BERG EN BOS: Nobelprijs voor de vrede

Vooruit dan, voor de allerlaatste keer. Omdat het zo mooi was. Daarna zal ik er geen woorden meer aan vuil maken. Het is inmiddels meer dan genoeg geweest. Het is ook mooi geweest, dat zeker. Het WK beachvolleybal. ‘Ons’ WK beachvolleybal in Apeldoorn. Het was hartstikke leuk, ja. De bezoekers reageerden laaiend enthousiast. Het weer – ook niet geheel onbelangrijk – zat niet tegen. Kortom alle ingrediënten waren aanwezig om het spektakel te doen welslagen. Dus wat willen we nog meer?

Je moet er natuurlijk wel van houden, van dat ophitserige gedoe met dreunende beats, de schuddende kontjes van schaars geklede pauzedanseressen of dat irritante gejengel met van die opgeblazen groene ‘Transavia-staven’. Onbegrijpelijk dat de organisatie niet aan van die klapkaarten gedacht heeft. Die hadden de uitgelaten stemming nóg meer kunnen verhogen. Over het ontbreken van spontaniteit stappen we gewoon heen. Dat hoort er tegenwoordig bij. De wil van de commercie is wet. Heerlijk toch, die strak geregisseerde gezelligheid. Laten we dat maar een kwestie van smaak noemen. Smaken verschillen. En de één heeft nou eenmaal meer smaak dan de ander.

Iedereen die onverhoopt niets gemerkt heeft van hoe de volleybalhoofdstad van Nederland zich wereldwijd profileerde, hoeft niet te wanhopen. De gemeentelijke propagandamachine blijft ons de zegeningen van het WK beachvolleybal vast en zeker tot in den treure inpeperen, zo vrees ik. De burgemeester van Utrecht zei zondag dat zijn stad nooit meer hetzelfde zou zijn na de start van de Tour de France. Bij zoveel euforie kan Apeldoorn natuurlijk niet achter blijven. Voor upgraden en overwaarderen draaien ze op het Marktplein de hand niet om. Laat de busladingen met toeristen uit alle windstreken maar komen. Het gemeentebestuur verwelkomt elke vreemdeling met open armen. Misschien moeten we zelfs overwegen ter plaatse een nieuwe jaartelling in te voeren. Dan beginnen we deze week in Apeldoorn gewoon met het jaar nul nWb. Het jaar nul na het WK beachvolleybal.

In september verwacht het gemeentebestuur een totaaloverzicht te presenteren van de economische spin off van het WK. Het zal ongetwijfeld een bijzonder fraai beeld opleveren. Dan kunnen de heren zichzelf nóg meer op de borst kloppen dan dat ze nu al doen. De Brazilianen stalen de show én de titels bij de mannen en de vrouwen, de ware wereldkampioenen vinden we in het gemeentebestuur van Apeldoorn. Het zou mij niet verbazen wanneer burgemeester en wethouders genomineerd worden voor de Nobelprijs voor de Vrede. Ik schat in dat ze een goede kans maken. Met het naar Apeldoorn halen van dat WK hebben ze de samenleving immers een enorme dienst bewezen. Heeft u die gelikte gemeentelijke dankvideo al gezien op facebook? Er hangt ongetwijfeld een aardig prijskaartje aan het in elkaar draaien van zo’n meesterwerkje, maar als zoiets gebeurt ter meerdere eer en glorie van de gemeente dan mag het vanzelfsprekend wat kosten.

Tsja, de ongekroonde leiders van de Sportstad Apeldorp weten het naar buiten toe mooi te verkopen. Helaas zullen sporters ter plaatse weinig wijzer zijn geworden van ‘ons’ WK. De breedtesport behoort allerminst tot de winnaars van het WK. Sport telt in Apeldoorn slechts mee wanneer de gemeente er mee kan scoren. Als bestuurders van een willekeurige Apeldoornse sportvereniging eerdaags ergens voor aankloppen, merken ze vanzelf dat burgemeester en wethouders helemaal niet zo sportief en sportminded zijn. Negen van de tien keer krijgen lokale sportclubs bij voorbaat nul op het rekest. Ongeacht wat zij wensen, het kost standaard té veel geld.

Wél huurt de gemeente een zogenaamd onafhankelijk bureau in om onderzoek te doen. Zodoende krijgen ze nadien exact de cijfertjes die ze willen hebben. Zulke bureaus leveren maatwerk en sturen met hun expertise alle cijfers in elke gewenste richting. Maar wat koop je in vredesnaam voor constateringen dat het aantal passanten op het Marktplein gedurende het sportfeest vervijfvoudigd is? Wat zeggen zulke cijfers? Helemaal niks, toch zeker. Het lijkt me veel relevanter om te weten hoeveel die passanten hebben besteed. Kom op een willekeurige zondag maar eens op het Marktplein en schiet er een kanon af. Grote kans dat je niemand raakt. Er loopt geen hond. Dus in dat kader bezien stelt een vervijfvoudiging van het aantal passanten weinig voor. Vijf keer niks blijft namelijk niks.

Het is evenzeer fantastisch hoe enthousiast de bezoekers de wedstrijden beleefden in het knusse WK-stadionnetje op de markt. Dat dat krakkemikkige bouwwerkje meerdere malen volstroomde, stemt tot trots en voldoening. Maar waar praten we over? Tweeduizend toeschouwers! Zijn dat nou echt aantallen om opgewonden over te raken? Er was wél sprake van een wereldkampioenschap! Als er eens 2.000 toeschouwers kwamen kijken bij onze plaatselijke profvoetbalclub, dan heette het dat er hoegenaamd geen draagvlak bestond voor betaald voetbal in Apeldorp. Zitten er 2.000 toeschouwers bij een potje beachvolleybal, dan schieten alle denkbare superlatieven tekort. Waarin zit ‘m het verschil? En dan tel ik het aantal mensen dat met een vrijkaartje het WK-feest meebeleefde niet eens mee. Hoeveel betalende toeschouwers zijn er in Apeldoorn bij het WK beachvolleybal geweest. Wat heeft het aan recettes opgeleverd? En is daar in Apeldoorn zelf toevallig nog iemand wijzer van geworden?

Op de gemeentelijke website verhaalde wethouder Stukker trots over hoe gemeente en provincie liefst 30.000 jongeren aan het beachvolleyballen hebben gekregen. Ook al zoiets. Ik heb op straat nog nooit iemand zien beachvolleyballen. U wel? Alsof een incidenteel project de schade wegpoetst van hoe de overheid al sinds jaar en dag een bijdrage levert aan het wegbezuinigen van het aantal uren lichamelijke opvoeding op lesroosters van scholen. Dertigduizend jongeren die voor de show incidenteel een keer tegen een bal mogen slaan, is bovendien iets heel anders dan 30.000 contributie betalende nieuwe leden voor volleybalverenigingen. Nieuwe accommodaties, waar plaatselijke sporters in aansluiting op het evenement gebruik van hadden kunnen maken, leverde het WK evenmin op. Ach, en de terrassen op het Raadhuisplein waren bij weersomstandigheden zoals afgelopen week zónder WK ook wel volgestroomd.

Als ik wil, kan ik zo nog wel eventjes doorgaan om alle juich- en jubelverhalen te ontkrachten. Laat ik er maar mee ophouden. Het is mooi geweest. Om te muggenziften beschikken we in dit land over een professioneel opgetuigd overheidsapparaat dat de burger van alles en nog wat wijsmaakt. Los daarvan: het waren inderdaad zes onvergetelijke dagen.

RK

Reacties