COLUMN TUSSEN BERG EN BOS: Het onverbiddelijke eindsignaal

Zo, het was me het weekend wel zeg. Ik was eigenlijk van plan om de protestacties van ontevreden politieagenten neer te knuppelen. Er kwam echter iets anders tussen. Iets veel heftigers. Iets veel persoonlijkers. Want ja, wanneer je vader op sterven ligt, maak je je niet meer druk om kakelende kippen, of wat dan ook. Je weet dat het onvermijdelijke moment ooit komt. Als het dan eenmaal zover is, dan hakt het er flink in. Ons leven telt slechts één zekerheid: dat is dat we ooit doodgaan. Allemaal. Zonder uitzondering. Er valt niet aan te ontkomen. Voor niemand.

Pas als je er zelf mee geconfronteerd wordt, maakt het je bewust van wat voor impact de dood heeft op het leven. Mijn vaders 82e verjaardag in april is zijn laatste geweest. Tot ruim een maand geleden kon hij het thuis in Orden in zijn vertrouwde stoel uitzitten. Met dank aan de liefdevolle zorg van mijn moeder, met haar 78 lentes ook niet meer de jongste. Toch stond zij de afgelopen jaren 24 uur per dag, zeven dagen per week voor hem klaar. Zijn ooit zo krachtige lichaam sputterde steeds meer tegen, zijn geest liet hem in de steek. Dementie kreeg langzaam vat op hem. Hij wist van voren nauwelijks nog dat hij van achteren nog leefde. En of dat nog niet volstond, deed ‘Meneer Parkinson’ een extra duit in het zakje. Het ging van kwaad naar erger. Hij zat maar te zitten, zat op het laatst vooral zichzelf in de weg.

Maar telkens hielp mijn moeder hem opnieuw op de been wanneer hij weer eens onderuit ging. Wanneer het moest begeleidde ze hem zes of zeven keer per nacht naar het toilet. Ook dat lukte hem niet meer zelfstandig. Zij cijferde zich compleet weg voor zijn welbevinden. Aan één stuk door. Zonder klagen. Vol toewijding. Niets was haar te veel. Grote bewondering is op zijn plaats voor hoe mijn moeder dat bolwerkte. Tegelijkertijd ontkom ik niet aan een gevoel van medelijden. Medelijden over hoe ze hem tegen beter weten in thuis bleef verzorgen en ondertussen roofbouw op zichzelf pleegde. Zíj bleef ervoor zorgen dat het hem aan niets ontbrak. Zelfs toen dat eigenlijk niet meer kon.

Je kon gewoon wachten tot er iets mis zou gaan. En ja hoor. Ruim viereneenhalve week geleden maakte mijn moeder een lelijke smak op de stoep. Een ongeluk met verregaande gevolgen. Bij deze onfortuinlijke val schond ze haar aangezicht, brak ze haar neus en ontwrichtte ze haar schouder. Na dit fysieke malheur stond één ding vast: ze moest de zorg voor pa uit handen geven. Zélf herstellen kwam vanaf het noodlottige moment op de eerste plaats. Met lede ogen, maar er wel van doordrongen dat het écht de beste oplossing was, zag ze haar geliefde echtgenoot naar Randerode vertrekken. Na bijna 57 jaar huwelijk werden ze abrupt van elkaar gescheiden. Tijdelijk zo was in eerste instantie de bedoeling, totdat zij weer opknapte. Zo ver zal het helaas niet meer komen, weten we inmiddels. Weg uit zijn vertrouwde omgeving ging het snel verder bergafwaarts met mijn vader. Een herseninfarct dat hem vrijdag trof zorgt ervoor dat hij nooit meer thuiskomt. Het heeft zijn toestand dermate verslechterd dat het hooguit een kwestie van dagen is voordat we definitief afscheid van hem zullen moeten nemen.

Het gebeurde al met al exact zoals onze geliefde minister-president het beoogt. Zelfredzaamheid. Participeren. Ofwel: eerst moet iemand bijna verongelukken, en dan, als het echt niet anders meer kan, krijgt hij of zij de noodzakelijke medische behandelingen. Tenminste, als een zorgverzekeraar de kosten dekt. Nee, het moet geen pretje zijn om vandaag de dag in Nederland je laatste levensdagen te slijten of te kampen met allerlei lichamelijke ongemakken. Óf erger nog: oud én tegelijkertijd ziek worden. Van je oude dag genieten is er dankzij Rutte en zijn Haagse kliek niet meer bij in ons polderparadijs. Ons huidige kabinet kijkt in de eerste plaats naar het prijskaartje dat aan een zieke en/of bejaarde hangt.

Een schrale troost is het daarom om te ervaren dat er in Nederland gelukkig volop mensen bestaan die wél iets menselijks in zich hebben. Blijkbaar leer je mensen in noodsituaties zoals deze pas goed kennen. Terwijl onze asociale regering Nederlanders steeds verder uit elkaar drijft en van elkaar vervreemdt, zijn de blijken van medeleven op wat mijn ouders overkomt hartverwarmend. Familieleden staan dag en nacht klaar. Kennissen en vrienden bieden hun diensten aan. Mensen in de buurt leven mee. Ook het personeel van Randerode heeft zich de afgelopen weken de voeten uit het lijf gelopen om mijn vaders verblijf er zo aangenaam mogelijk te maken. Groot respect voor de moeilijke omstandigheden waaronder die verpleegsters hun werk moeten verrichten. Hoe de zorg in ons land dankzij de Ruttes en Klijnsmaatjes tot zorgenkindje is verworden, mag als genoegzaam bekend worden verondersteld.

Dat mijn vader ’s nachts in Randerode enkele keren uit bed is gevallen, valt die verpleegsters niet aan te rekenen. Die meiden volgen enkel instructies op. Die zijbalk aan dat bed die had kunnen voorkomen dat de patiënt aan de wandel ging, mochten ze niet plaatsten. Op last van hogerhand. Regeltjes, hè. Zo doet de verstikkende bureaucratie op velerlei manieren pijn. Mijn moeder wordt er eveneens door gekweld. Ongelooflijk hoe het arme mens haar pijnlijke schouder keer op keer moet belasten voor het ondertekenen van allerlei achterlijke documenten. Het ene pak papier is van nóg groter belang dan het andere. Voor elke scheet die wordt gelaten, moet ze een krabbel zetten. Want ja, de papierwinkel moet natuurlijk wel op orde zijn. Dáár draait het om in onze omgekeerde wereld die Nederland heet.

Ik ben blij dat mijn vader al dit geneuzel niet meer bewust hoeft mee te maken. Life sucks! Aan de ene kant kan je er vrede mee hebben dat hem een langere lijdensweg bespaard blijft, aan de andere kant wil je de wereld wel op z’n op kop zetten om hem langer te laten leven. Een verwarrende mix van gevoelens bekruipt me. Woede. Verdriet. Machteloosheid. Maar wat ik ook voel, het helpt helemaal niets. Niemand kan er meer iets aan veranderen. Het eindsignaal gaat eerdaags onverbiddelijk klinken voor mijn vader. Zijn laatste wedstrijd kan hij niet meer winnen.

RK

Reacties