Man uit Apeldoorn veroordeeld voor mishandeling

Foto: Pixabay

De rechtbank veroordeelt een 20-jarige man uit Apeldoorn tot een celstraf van 3 maanden voor onder andere mishandeling. Daarbij moet de jongen een schadevergoeding van 650 euro aan het slachtoffer betalen en een  taakstraf van 40 uur uitvoeren die hem eerder voorwaardelijk was opgelegd.

Geen poging zware mishandeling

De man mishandelde op 17 oktober 2020 een leeftijdgenoot door hem met een mes in zijn been te steken. Op het moment dat ze elkaar op straat tegenkwamen ontstond er een discussie over geld. Toen het slachtoffer ineens zijn handen uit zijn zakken haalde, stak 20-jarige man naar eigen zeggen uit angst in het been van het slachtoffer. De politie doorzocht daarna zijn kamer. Daar vonden ze een hoeveelheid amfetamine, MDMA en een stroomstootwapen.

Omdat de jongen het slachtoffer eenmaal met een mes aan de buitenkant van het bovenbeen heeft gestoken is er geen aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen. Ook van andere omstandigheden, zoals het met kracht en in het wilde weg steken, is niets gebleken. Dit alles levert wel een eenvoudige mishandeling op.

Verminderd toerekeningsvatbaar en toepassen jeugdstrafrecht

De jongen is onderzocht door een psychiater en een psycholoog. Zij concludeerden dat de jongen verminderd toerekeningsvatbaar was tijdens de mishandeling. Verder adviseerden ze om in dit geval het jeugdstrafrecht toe te passen op verdachte. Volgens de deskundigen functioneert de man verstandelijk en emotioneel op een lager niveau dan op grond van zijn kalenderleeftijd wordt verwacht. Verder is sprake  van beperkte handelingsvaardigheden en is pedagogische beïnvloeding nog noodzakelijk. De rechtbank past daarom het jeugdstrafrecht toe.

Geen PIJ-maatregel

De officier van justitie eiste – kijkend naar de psychische problematiek van de jongen en het feit dat hij al veel behandelingen achter de rug heeft die nergens toe hebben geleid  – dat de jongen geplaatst zou moeten worden in een inrichting voor Jeugdigen, de zogenaamde PIJ-maatregel. Maar de rechtbank komt hier niet aan toe. Voor het opleggen van zo’n maatregel zijn er een aantal vereisten en in dit geval kan deze maatregel niet opgelegd worden.

Omdat de jongen zich niet wil laten behandelen, ziet de rechtbank op dit moment geen ander alternatief dan een straf zonder (bijzondere) voorwaarden aan hem op te leggen. De rechtbank komt dan tot een jeugddetentie van 3 maanden, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft gezeten.