Een vrouw, afkomstig uit Italië, is veroordeeld tot een forse straf voor het door middel van babbeltrucs oplichten van hoogbejaarden door het hele land.
Ze moest zich voor tientallen zaken voor de rechter verantwoorden. Al haar slachtoffer waren zonder uitzondering hoogbejaard. Ze gaf zich uit voor medewerkster van de ING, de Rabobank, de Landelijke Politie, ‘de bank’ en ‘de politie’. Door gebruik te maken van babbeltrucs aan de deur maar ook aan de telefoon lukte het haar steeds het vertrouwen van de slachtoffers te winnen. Hierdoor gaven zij hun pincode aan de vrouw af.
Een hele voorraad smoezen had ze:
Het bleef niet bij de pincode alleen, ook de pinpassen werden ontvreemd, niet lang na het ontfutselen van de pincode. Bij 2 slachtoffers wilde het niet lukken met de babbeltrucs, zij wilden hun pincode niet afgeven. De vrouw besteedde soms wel 50 minuten aan een ‘succesvol’ telefoongesprek.
Er zijn telefoongesprekken van de vrouw afgeluisterd. Daardoor kon zij uiteindelijk worden gearresteerd. Ze maakte bij haar praktijken gebruik van meerdere telefoons en simkaarten. Uit de tapverslagen blijkt dat niemand anders met die nummers heeft gebeld. Bij een huiszoeking werden kleren gevonden die ook zijn gebruikt bij het pinnen met de passen van haar slachtoffers. Dat bleek uit de camerabeelden van de pinautomaten.
Ze probeerde nog wel aan te voeren dat een vrouwelijk familielid de dader kon zijn geweest. Grondig onderzoek wees uit dat geen enkel familielid over voldoende tijd kan hebben beschikt om de dader van deze oplichtingspraktijken te kunnen zijn. De rechter heeft dit dan ook van tafel geveegd. Hoewel ze haar gezicht bedekte tijdens het pinnen vond de rechter dat zij aan de hand van wat wel te zien was toch herkenbaar genoeg in beeld was.
Door misbruik te maken van de hoge leeftijd van haar slachtoffers valt de optelsom van maatregelen tegen de vrouw hoog uit:
Helaas kon niet voor elk slachtoffer worden bewezen dat deze vrouw de dader was. Ook in de zaak van een slachtoffer uit Apeldoorn is dat het geval. Deze mensen blijven onder andere zitten met de nare gevoelens over de gebeurtenis, de gemaakte kosten en het gevoel dat de dader haar straf (in hun zaak) ontloopt.
Bron: rechtspraak