Een slimme meid…zegt ze raadselachtig

Foto: ©Canva/Maximaal Sales

We zijn met een groep ouderen opstap. Een rondrit door ons mooie land. Een land met heel veel verrassingen zoals water, weilanden en prachtige glooiingen afgewisseld met heide en bossen.

Column door juffrouw Raadgever

Als we bij een van de pleisterplaatsen komen valt het op dat één van de oudere dames de hele tijd al, een best wel, grote tas met zich meedraagt. Eerst had ze de stevige hengsels over haar schouder geslagen. Nu draagt ze hem aan één kant. Zo te zien heeft de tas een inhoud met een aardig gewicht. Als ik haar vraag wat er allemaal wel in de tas zit en of het echt nodig is dat ze het allemaal steeds bij zich houdt antwoord ze met een brede lacht op haar gezicht: “Zeker, want een slimme meid…” en dan stopt ze. Ze zegt het zo raadselachtig dat ik bijna mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen kan. Toch zal het moeten want ze laat niets meer los.

Na de ‘pitstop’, en als we allemaal weer ons plekje in de bus hebben teruggevonden, gaat de reis verder. Als we langs de velden en dorpen rijden waar de afgelopen dagen zo ontzettend veel water is geweest wordt de stemming bedrukt. De één ziet dit en de ander dat. Ondanks dat er al heel hard gewerkt is zijn de sporen van de schade duidelijk zichtbaar. De gesprekken komen opgang en iedereen heeft wel een voorstelling hoe erg deze toestand zijn invloed zal hebben op het verdere leven van de bewoners daar. Heel hun levenswerk is verwoest. Stel je voor al die vieze troep, zoals olieresten en chemicaliën zijn in het water terecht gekomen en over de hele vlakte verspreid. Een van de ouderen heeft de tranen in haar ogen staan. Ze vertelt dat ook zij op het boerenland is opgegroeid. Je kunt zien dat alle gewassen nu niet meer bruikbaar zijn. Wat erg is dit. Geen inkomen voor de boer maar ook geen voedsel voor de beesten. De dieren kunnen op die vervuilde landerijen toch niet grazen. Het zal nog een hele tijd duren voordat de situatie weer is zoals voor de wateroverlast. Zij kan zich ook nog herinneren de overstroming in Zeeland in 1953. Toen waren er ook nog eens heel veel doden te betreuren. Gelukkig is dat nu, in ons land, niet zo. Helaas in België en Duitsland wel. Dat het indruk op de mensen maakt is wel duidelijk en toch zijn ze blij, ook al is het maar een klein gedeelte, het nu met eigen ogen te hebben gezien. Hier en daar klinkt het dat het ook met Zeeland uiteindelijk weer goed is gekomen. Nee het gemis van de mensen die omgekomen zijn toen valt niet te vergoeden maar de Zeeuw of Nederlander herpakt zich en gaat weer aan de slag. Gelukkig wel met hulp van heel veel mankracht of geld. Zo zit de Nederlander in elkaar. Je ziet ze trots zijn op zichzelf. Zij hebben wat hun leeftijd betreft wel het een en ander meegemaakt.

Als we bij de volgende stop zijn en uitstappen zie ik mevrouw weer haar tas meedragen. Tijdens de lunch zorg ik dat ik bij haar in de buurt kom te zitten. Als iedereen genoten heeft van al het lekkers wat op tafel komt hebben we even om bij te komen. Verschillende mensen gaan even aan de wandel. Die middag gaan we nog een kleine boottocht maken dus van lopen zal niet veel komen. Weer anderen nemen bezit van de gemakkelijke stoelen die bij openhaard opgesteld staan. De haard is niet aan maar het is toch een aantrekkelijk plekje om even de ogen te sluiten. Ook gaan verschillende mensen een plekje zoeken in de schaduwrijke tuin. Ik plof neer naast de dame met de tas. Ze kijkt me aan: “Je geeft het niet op hé.” Ik lach naar haar en zeg: “Ik ben niet nieuwsgierig maar wil wel graag veel weten. Het liefst zou ik de tas van u overnemen maar het ziet er naar uit dat u niet gemakkelijk afscheid van haar neemt.”  Ze tilt de tas van de grond en zet haar op haar schoot, met de woorden: “O, ja wel hoor. Zo belangrijk is het niet wat erin zit. Voor een ander dan. Weet je het is begonnen met dit heel kleine doosje. Ik kreeg het een keer met Sinterklaas.” Dan laat ze me een zilverkleurig doosje zien. Ze opent het dekseltje en haalt er een opgevouwen schaartje, een kaartje met verschillende kleuren garen met naalden ernaast gestoken, een zakje met wat kleine knopen en opgevouwen centimeterbandje van papier en een dingetje waarmee je de draad door de naald kunt halen uit. Dan volgt een platdoosje met een bijna vervaagde tekening van Vera de muis. In het doosje zitten een van een strip afgeknipt twee antiallergie tabletjes, en drie paracetamol tabletten, tweepleisters, veiligheidsspeldjes en een verpakt doekje met jodium erop. Ze houdt een aansteker omhoog en zegt: “En ik rook niet eens.” Dan volgt een etuitje met zakdoekjes. Een stoffen servet. Een folio vuurdeken. Een zakje met, volgens haar de redder in nood. Het blijkt een plastic tuit te zijn met deksel. Aan de onderkant zit een rubberen zak een hulpmiddel als er geen toilet in de buurt is en er hoge nood is. Volgens haar superhandig al was het alleen al het idee. Nog wat verbandmiddelen volgen. Een pen. Een notitieboekje. Een tube zonnebrandcrème. Een tube crème tegen muggenbeten. Een tekentangetje. Een flesje water en een pakje koeken en wat suikerklontjes. Wat toiletartikelen. Een schoon onderbroekje en gastendoekje en als laatste een dunne regencape. Dan kijkt ze me aan en zegt: “Dat is alles. Als je iets nodig hebt kun je altijd bij mij terecht. Dat je het maar weet. Een slimme meid is op alles voorbereid.” Verbouwereerd kijk ik naar de uitstalling voor me op het tuintafeltje. Ik zeg haar dat ik het zal onthouden en dat ik me een stuk veiliger voel. Als ik later in de bus me naar haar omdraai knipoogt ze naar me. Geweldig wat een lieve dame.

Met vriendelijke groet juffrouw Raadgever