Thuis voor de buis: dag 14

Lodewijk Konijn

Het wereldkampioenschap van 1974 was het eerste WK dat ik bewust meemaakte. Het totaalvoetbal van Oranje. De briljante Cruijff. De onverzettelijke Neeskens. De doortrapte opvoering van de stervende zwaan door Bernd Hölzenbein in de finale. Op achtjarige leeftijd stond kleine Robje op de ochtend voor de eindstrijd toch maar mooi bij het spelershotel aan de Tegernsee. Wij waren destijds op vakantie in het Oostenrijkse Thiersee, zo’n 50 kilometer van de verblijfplaats van de WK-finalist verwijderd. Minder dan een uurtje rijden. Op de bewuste zondag zetten we aldus koers naar het onderkomen van Oranje. Het was geen tijd van digitale camera’s en I-Phones.  Foto’s heb ik er helaas niet van. De herinneringen aan die bijzondere gebeurtenis staan nochtans voor eeuwig opgeslagen op mijn persoonlijke harde schijf. Je kon de spelers destijds gewoon aanspreken en aanraken. Ik zie nog zo voor me hoe mijn moeder Johan Cruijff succes wenste. Hij bedankte haar beleefd. 
Wat die ochtend toch het meeste indruk op mij als klein jochie maakte, waren de met mitrailleurs bewapende militairen die van een afstandje toezagen op dat het twee jaar na de geruchtmakende gijzelingszaak bij de Olympische Spelen van München niet nogmaals zou misgaan. En mis ging het die bewuste 7e juli 1974 toch, en hoe… In de huiskamer van de familie Gruber in Thiersee zag ik de grote smaakmaker van dat eindtoernooi in West-Duitsland enkele uren later van het gastland verliezen. Ik heb er stiekem wel een traantje om moeten wegpinken. Ik zal het nooit vergeten. Het zijn van die beelden die altijd op het netvlies geprint blijven. 
Het mag geen naam hebben, maar elk WK na ‘74 roept bij mij wel op de een of andere manier opmerkelijke herinneringen op. Voor mij blijven namen van spelers altijd aan een bepaald kampioenschap verbonden. Die namen vergeet je nooit meer. En dan gaat het vaak niet eens zozeer om de grote sterren, maar meer om de eendagsvliegen. Een One Day Fly. Iemand die toevallig één zomer de spijker op de kop sloeg en later nooit meer een weergaloze hit scoorde. 
Emmanuel Sanon was er zo eentje. De Haïtiaanse aanvaller scoorde in 1974 voor zijn land tegen Italië en Argentinië, nadien speelde hij jarenlang bij Beerschot in België. Hetzelfde geldt voor de Braziliaanse back Josimar, die in 1986 in Mexico vuurwerk uit zijn schoenen tevoorschijn toverde, maar vervolgens vrijwel geruisloos van het wereldpodium verdween. Of Salavatore ‘Toto’ Schillaci, de mysterieuze Siciliaan die de Italiaanse Squadra Azzurra in 1990 in eigen land op een haar na naar de hoofdprijs schopte. Vooral keepers behoren vaak tot de opvallende verschijningen. Denk maar aan de Peruaan Quiroga (1978), de donkere Hondurees Arzu (1982) of de Costaricaan Luis Conejo (1990), wiens naam in het Nederlands vertaald Lodewijk Konijn zou luiden. 
Het huidige WK is ook bezig nieuwe legendes te schrijven en nieuwe helden voort te brengen. Spelers van naam en faam bevestigen hun sterrenstatus (Neymar, Robben, Messi, Benzema) of gooien hun grote naam te grabbel (CR7), terwijl mannen als Memphis Depay, James Rodriguez, Joel Campbell, Divock Origi, Enner Valencia of Mexico’s sluitpost Guillermo Ochoa  juist druk doende zijn naam te maken voor zichzelf op het allerhoogste platform.
banner eac WK Speelschema
Bij deze Copa struikel je werkelijk over de aansprekende en onuitspreekbare namen. Om er enkelen te noemen: Itandje (Kameroen), Beausejour (Chili), Azpilicueta (Spanje), Xhaka (Zwitserland), Christodopoulos (Griekenland), Akpa-Akpro (Ivoorkust), Jahanbakhsh (Iran), Lallana (Engeland), Lulic (Bosnië-Herzegovina) en uiteraard Tae-Hee Kwak (Zuid-Korea). 
Ik mag wel zeggen dat ik zelden zo’n spraakmakende mondiale titelstrijd heb meegemaakt als deze. We zijn nog niet eens halverwege, toch is Brasil 2014 nu al een WK om nooit meer te vergeten. 
Rob Kruitbosch

Reacties